Korte beschrijving van de Molukken
De provincie Molukken (Maluku) is een archipel van (naar schatting) 1.412 eilanden, met een oppervlakte van 712.480 km2, bestaande uit 92,4% water en 7,6% land. Geografisch ligt de regio tussen 2°30′-9° zuiderbreedte en 124°-136° oosterlengte, en grenst aan drie landen, te weten: Australië, Timor Leste en Papua New Guinea.
De regio bestaat grotendeels uit water, zodat voor het transport tussen de eilanden voornamelijk gebruik wordt gemaakt van boten. Ook wordt vaak gebruik gemaakt van transport over land en door de lucht. De volgende tabel geeft de afstanden aan tussen Ambon als provinciehoofdstad en de steden in de kabupaten’# en de transportmiddelen:
Nr. |
Stad |
Afstand (km) |
Transportmiddel |
Duur |
| 1 | Ambon-Tual (Zuidoost Molukken) | 523 | Boot, Vliegtuig (capaciteit van 18 en 58 personen) | Boot (20 uur), Routinevlucht (1.5 uur) |
| 2 | Ambon-Masohi (Midden Molukken) | 96 | Boot, auto, vliegtuig (capaciteit van 18 personen) | Boot (2 uur), auto (6 uur), Vliegtuig wekelijks (25 minuten) |
| 3 | Ambon-Bula (Oost Seram) | 244 | Boot, Vliegtuig (capaciteit 18 personen) |
Boot (12 uren), Routine vliegtuig (1 uur) |
| 4 | Ambon-Namlea (Buru) | 138 | Boot, Vliegtuig (capaciteit 18 personen) | Vliegtuig 2 x p wk (30 minuten), Boot (6 uur) |
| 5 | Ambon-Soumlaki (Tanimbar) | 585 | Boot, vliegtuig (capaciteit 18 en 58 personen) | Vliegtuig 3 x p wk (2 uur) |
| 6 | Ambon-Piru (West Seram) | 121 | Ferry, Auto | Ferry +Auto (4 uur) |
| 7 | Ambon-Dobo (Aru archipel) | 708 | Boot, Vliegtuig (capaciteit 18 personen) | Vliegtuig 3 x p wk (2 uur) |
De regio Molukken bestaat administratief uit 9 kabupaten/steden, 65 kecamatan# en 891 dorpen/kelurahan# Het administratieve en bestuurlijke centrum bevindt zich in de provinciale hoofdstad Ambon. De hoofdsteden van de kabupaten zijn Saumlaki (Maluku Tenggara Barat), Langgur (Maluku Tenggara), Masohi (Maluku Tengah), Piru (Seram Bagian Barat), Bula (Seram Bagian Timur), Dobo (Aru), Namlea (Buru), Ambon-stad (Ambon) en Tual (Tual).
Het aantal inwoners is ieder jaar aan ontwikkeling onderhevig en bedroeg in 2000 1.200.067 personen, toegenomen tot 1.362.303 personen in 2006, oftewel een groei van 2,83 % van het aantal inwoners in de laatste vijf jaren. De bevolking van de provincie Maluku is zeer onevenredig verdeeld. Een gebied met een hoge bevolkingsdichtheid is Ambon-stad met 698 inwoners per km². De situatie in andere kabupaten zoals in Maluku Tengah (Midden-Molukken) is anders, hier is het aantal bewoners aanzienlijk maar is de bevolkingsdichtheid slechts 31 inwoners per km². Dit wordt veroorzaakt door het feit dat Ambon-stad een kleine oppervlakte heeft en een groot aantal inwoners, terwijl de situatie in Maluku Tengah andersom is.
In het algemeen werkt de bevolking van de provincie Maluku in de agrarische sector (47,46%). Andere sectoren zijn: handel (20,12%) en dienstverlening (16,99%). Dit wijst erop dat een groot gedeelte van de bevolking qua levensonderhoud nog afhankelijk is van de agrarische sector.
Op sociaal-cultureel gebied bestaan er sociale banden en bondgenootschappen op grond van adat istiadat#, zoals pela-gandong# die als het ware een sociaal kapitaal vormen voor het onderhouden van verwantschapsverbanden in de Molukken. Anderzijds wordt armoede nog steeds beschouwd als een sociale ‘ziekte’ waarvoor serieuze aandacht moet komen. De cijfers wijzen uit dat het armoedecijfer in 2005 182.842 gezinnen oftewel 731.368 personen (59,4%) bedraagt. Deze omstandigheid blijkt ook uit het Human Development Index (HDI)-cijfer van 69,2 in het jaar 2005, waaruit een trend van verbetering op het gebied van human development blijkt. In werkelijkheid zijn er nog serieuze problemen, zoals op het gebied van onderwijs. 1,52% van de bevolking gaat niet naar school en 28,28% gaat voortijdig van school. Op het gebied van gezondheid beïnvloeden een babysterftecijfer van 1,79% en een gebrekkige infrastructuur de levensverwachting van de bevolking. Daarnaast zorgt het geringe inkomen per capita van de bevolking voor een stijging van het armoedecijfer.
Beschrijving van de dynamiek van de ontwikkeling in de Molukken
(Problemen en Kansen)
Een verkeerde post-conflictstrategie kan een nieuw conflict opleveren
Problemen:
Problemen die zich na het conflict hebben voorgedaan en een onjuiste aanpak van de gevolgen van het conflict kunnen een nieuw conflict (in een andere vorm) veroorzaken. Een voorbeeld hiervan is het beleid van de regionale overheid om vluchtelingen op basis van hun religie opnieuw te huisvesten (zoals op Ambon, Seram, Haruku, Saparua en Buru) zonder rekening te houden met eigendoms- en privaatrechterlijke aangelegenheden en toegang tot natuurlijke hulpbronnen. Daarnaast zijn er andere mogelijke conflicten zoals conflicten over natuurlijke hulpbronnen (m.b.t. dorpsgrenzen en locale opbrengsten) en culturele conflicten (sociale en culturele relaties). Onder de bevolking zijn vrouwen degenen die het meest kwetsbaar zijn voor de gevolgen van conflicten.
Kansen:
Verschillende oplossingsmodellen die oorspronkelijk afkomstig zijn van de bevolking zelf (zoals in Kei, Haruku, Ambon, Seram, Buru) kunnen dienen als referentiemateriaal. Er zijn veel initiatieven tot conflictoplossing genomen in de vorm van locale resoluties, opgesteld door vrouwen. Vrouwen treden hierbij op als ‘vertegenwoordigers van de vrede’ en gebruiken economische activiteiten als effectief middel om te communiceren, zoals de interactie op de markten van Ambon en Seram, en initiatieven op basis van adat op Kei.
De eigendomsrechten van natuurlijke hulpbronnen van de locale bevolking worden nog niet erkend
Problemen:
Tot op de dag van vandaag worden eigendomsrechten van de locale bevolking op natuurlijke hulpbronnen door de overheid niet erkend. De nieuwe regels en beleid op ieder niveau van de overheid komen slechts ten voordele van investeerders en leveren de bevolking nog niets op. Er zijn zelfs reglementen waarvan de uitvoering wordt belemmerd, zoals Wet No.32/2004 inzake het Regionale Bestuur die wordt belemmerd door de Wet op het Mijnwezen en Bosbouw. Op regionaal niveau komt het bovendien voor dat wetten nog niet zijn geïmplementeerd in de vorm van gewestelijke verordeningen#.
Bij de ontwikkeling van beleid m.b.t. natuurlijke hulpbronnen is deelname door de bevolking uiterst gering. Het is voornamelijk een politiek proces dat nog onvoldoende aandacht besteedt aan duurzaamheid en het nut voor de bevolking. Omdat het proces van transformatie niet goed verloopt, wordt de positie van adatorganisaties en eigenaren van natuurlijke hulpbronnen die al historische rechten hebben gekregen, steeds zwakker. Locale wijsheid en know how wordt onvoldoende gebruikt als input bij het maken van regels en beleid. De positie van vrouwen bij het bezit en beheer van natuurlijke hulpbronnen zoals op Seram, inclusief het beheer van overheidsprojecten, begint steeds meer naar de achtergrond te verdwijnen en wordt overschaduwd door mannen. Reproductieve rechten van vrouwen krijgen nooit prioriteit.
Kansen:
Eigenlijk beschikt de locale bevolking over voldoende locale wijsheid en know how op het gebied van het beheer van natuurlijke hulpbronnen. De facto wordt dit ook tot op de dag van vandaag toegepast en erkend door de regionale overheid van de Molukken. In Maluku Tenggara is er een aantal gezamenlijke initiatieven die hebben geleid tot gewestelijke verordeningen die de eigendomsrechten van natuurlijke hulpbronnen beschermen. Wat betreft de positie van vrouwen: op Kei beschikken vrouwen over rechten op eigendom en beheer van natuurlijke hulpbronnen die worden erkend; op Saparua, Haruku en Nusalaut zijn de rechten op beheer gelijk aan die van mannen, zolang de vrouwen ongehuwd zijn. Er zijn verschillende juridische principes die kunnen worden gebruikt om het recht op eigendom terug te geven zoals het Amendement op de Grondwet van 1945 (art. 18.b en 28); Wet No.32/2004; Wet No.36/1999; Wet No.41/1999; en de Wet inzake het beheer van Kustgebieden en Kleine Eilanden /2007.
Locale autonomie kan locale rechten nog niet optimaal terug geven aan de bevolking
Problemen:
De overheid heeft Wet No.22/1999 vervangen door Wet No.32/2004 die juist de functie van locale dorpsinstellingen verzwakt en het proces van dagvaarding overlaat aan de regionale overheid in plaats van aan de dorpsbewoners. Het transformatieproces van deze wet verloopt niet optimaal; daarnaast kan deze wet leiden tot andere veranderingen. Bij de dorpsbewoners bestaan er steeds meer verschillende versies over de ontstaansgeschiedenis van het dorp. Ook gaat veel kennis verloren. De positie van vrouwen in vormen van adatbestuur en –instellingen is nog steeds zeer marginaal. Daarnaast zijn hun capaciteiten beperkt waardoor de deelname van vrouwen bij besluitvorming minimaal is. Op het niveau van politieke participatie worden vrouwen slechts als aanvullende factor beschouwd en gepositioneerd en slechts gebruikt ter legitimatie, zonder dat strategische overwegingen een rol spelen.
Kansen:
Er bestaan ontwikkelingsmodellen voor locale autonomie op een democratische manier, die zijn ontwikkeld door het Baileo netwerk en kunnen worden gebruikt als referentiemateriaal (zoals in de dorpen Debut, Ngilngof, Evu in Maluku Tenggara; en Honitetu in West- Seram) voor het opstellen van gewestelijke verordeningen of beleid voor het implementeren van locale autonomie op het niveau van kabupaten. De ontwikkeling van locale autonomie in de Molukken is makkelijker doordat de bevolking een aantal processen al heeft erkend. Er zijn verschillende civil society organisaties in de Molukken die bezig zijn om ontwikkelingsprocessen voor locale autonomie op te zetten, zoals YPPM in verschillende dorpen in Noord-Buru; het consortium van NGO’s van Ambon-stad in verschillende dorpen op Ambon en West-Seram; en Hivlak in Tual. Het locale autonomiemodel door het Baileo-netwerk stimuleert de uitbreiding van de rol van vrouwen in (beleids-)organen op dorpsniveau.
Beperkte toegang voor de bevolking tot informatie
Problemen:
In de Molukken is de publieke toegang tot informatie beperkt, met name op het gebied van verschillende vormen van regelgeving en beleid die door de overheid worden vastgesteld. Dit komt doordat het informatiesysteem nog niet aan de behoeften kan voldoen. De geografische ligging van de Molukken als eilandengroep vormt een belemmering op zich. De (informatie-)middelen en basisgegevens waarover de regionale overheid beschikt zijn minimaal. Daarnaast is er onvoldoende socialisatie van verschillende rechtsproducten en beleid (op nationaal, provinciaal en kabupaten-/stedelijk niveau) op het gebied van de bescherming van grondrechten van vrouwen en rechten voor vrouwelijke werknemers.
Kansen:
De bevolking heeft sterk de behoefte aan gegevens en informatie op verschillende terreinen, omdat dit hun mogelijkheden om verschillende zaken waarmee zij worden geconfronteerd en die van buiten de regio komen, kan versterken. Daarnaast is zij er zich van bewust dat informatie onmisbaar is bij de planning, uitvoering, monitoring en evaluatie van programma’s. Het Baileo-netwerk en verschillende ‘stakeholders’ hebben een netwerk van Community Organizers (CO) op dorps- en streekniveau.
De bevolking (op locaal niveau) heeft geen toegang tot en controle op het economische beleid en het marktmechanisme
Problemen:
De bevolking krijgt moeilijk toegang tot marktinformatie en kapitaal. Ondernemen is over het algemeen niet gebruikelijk en men is meer consument dan producent. Hierdoor is de bevolking onvoldoende voorbereid voor toetreding tot de vrije markt. Daarnaast zijn producenten niet altijd op de hoogte van het nut van de aanwezige natuurlijke hulpbronnen en zijn zij onvoldoende verenigd, waardoor hun onderhandelingspositie zwak is. Publieke deelname aan het opstellen van economisch beleid is zeer gering, zodat deze onvoldoende bijdraagt aan de welvaart van de bevolking. De planning voor de economische ontwikkeling van de Molukken is niet gebaseerd op het feit dat het een eilandengroep betreft.
Binnen het economische beleid is sprake van partijdigheid van de overheid ten opzichte van grote ondernemers. Locale producenten worden onvoldoende beschermd. Dit blijkt bijvoorbeeld uit het feit dat de Regionale Opbrengsten (op korte termijn) de hoogste aandacht krijgen, terwijl economische belangen op de lange termijn worden verwaarloosd. Daarnaast krijgen vrouwen nauwelijks toegang tot kapitaal, maar slechts tot ondernemingen op kleine schaal. Economische activiteiten op grote schaal worden gedomineerd door mannen. De capaciteit van vrouwen op het gebied van management is zeer beperkt.
Kansen:
Het netwerk van Baileo Maluku en verschillende andere maatschappelijke organisaties krijgt een steeds betere onderhandelingspositie ten opzichte van de overheid en kan controle uitoefenen op de planning van het economische beleid.
De bevolking (op locaal niveau) heeft onvoldoende toegang tot sociale basisvoorzieningen (gezondheidszorg, sanitaire voorzieningen, onderwijs)
Problemen:
De bevolking van zowel de dorpen als de steden heeft beperkte toegang tot standaard- en goedkope gezondheidszorg (waaronder ook medicijnen en medisch personeel). Ook de gezondheidszorg in verband met reproductieve rechten van vrouwen is beperkt. In veel gebieden zijn de middelen en voorzieningen voor onderwijs ontoereikend, is de kwaliteit van onderwijs en de verspreiding van leerkrachten onevenredig, en zijn de lesgelden te hoog. Toch schrijft de Wet op het Nationale Onderwijssysteem de overheid voor om 20 % van het totale ontwikkelingsbudget toe te kennen aan onderwijs op alle niveaus. Een groot gedeelte van de regio kampt nog met problemen op het gebied van schoon watervoorziening. In de dorpen krijgen meisjes minder toegang tot scholen dan jongens, als gevolg van culturele factoren en armoede.
Deze maatschappelijke problemen lijken vooral een politieke aangelegenheid te worden, zonder dat deze worden opgelost. Op beleidsniveau bestaan er binnen de overheid steeds meer programma’s die erop gericht zijn om in de sociale basisvoorzieningen te voorzien, maar toegang voor de bevolking is beperkt. Het merendeel van deze programma’s is gebaseerd op feasibility studies en gericht op de korte termijn. Bij de allocatie van de staatsbegroting, zowel bij de centrale overheid als in de regio’s, zijn de operationele kosten nog steeds hoger dan de kosten voor ontwikkeling. Over het algemeen ondervinden vrouwen het vaakst de negatieve effecten van de ontoereikende sociale basisvoorzieningen.
Met name bij infrastructuurprojecten maakt de regionale overheid nog nauwelijks gebruik van milieuvriendelijke en efficiënte technologie, zoals alternatieve energiebronnen voor electriciteits- en schoon watervoorziening.
Kansen:
Strategisch gezien zou het autonomieproces kunnen worden gelinkt aan de pogingen om de toegang tot sociale basisvoorzieningen (gezondheid, sanitaire voorzieningen en schoon water) te vergroten.
Degradatie van leefomgeving en milieu
Problemen:
Bij de planning van het beheer van de natuurlijke hulpbronnen houdt de regionale overheid onvoldoende rekening met het milieu en locale wijsheid/know how, en is voornamelijk gericht op het verhogen van de regionale opbrengsten. Er vindt geen synchronisatie plaats tussen de AMDAL# en de monitoring-functie van de betrokken instanties, zodat er geen goede controle is door middel van standaard audits van het milieu. Het consumptieve patroon van de bevolking en de druk van economische actoren van buiten de regio zijn de oorzaken voor de ontbossing die plaatsvindt. Wat betreft de positie van vrouwen: gebieden met natuurlijke hulpbronnen die eerder door hen werden beheerd, moeten steeds meer het veld ruimen voor de verschillende ontwikkelingsactiviteiten. Ook vrouwen zijn kwetsbaar voor de gevolgen van milieuverontreiniging hetgeen bijdraagt aan de verzwaring van hun lasten.
Kansen:
Initiatieven om autonomie te ontwikkelen kunnen worden gelinkt aan het versterken van ontwikkelingsstrategieën die zijn gericht op behoud van het milieu, met gebruikmaking van het locale systeem.
Onvoldoende toegang tot kapitaal voor de locale gemeenschap
Problemen:
Er is een aantal oorzaken voor de beperkte toegang tot kapitaal voor de bevolking, waaronder het bancaire kredietsysteem en de hoge rente van leningen bij de Kredietcoöperatie voor het Volk (20% per maand). Bovendien is de bevolking nog onvoldoende toegerust voor het afsluiten van leningen, het beheren van kapitaal, het inzien van de potenties van de natuurlijke hulpbronnen en sociaal kapitaal, en de voordelen van sparen. Dit komt ook doordat er slechts beperkte informatie van buiten komt over het benutten van natuurlijke hulpbronnen en doordat de locale kennis nog ontoereikend is. Wat betreft vrouwen: beslissingen op het gebied van financiën worden altijd door mannen genomen, zonder rekening te houden met de mening van hun partners, terwijl vrouwen de grootste slachtoffers zijn van het verdwijnen van sociaal kapitaal in de maatschappij.
Kansen:
De bevolking heeft sterk de behoefte aan verschillende soorten informatie, en het Community Organizer (CO)-netwerk heeft de potentie om een informatienetwerk te ontwikkelen. Er bestaat een ontwikkelingsmodel van Credit Unions (CU) dat kan worden gebruikt als referentiemateriaal voor het oplossen van deze problemen.
Problemen op het gebied van HIV/AIDS nemen toe en krijgen onvoldoende aandacht
Problemen:
De kennis van de bevolking over HIV/AIDS is nog beperkt vanwege de beperkte informatievoorziening. Deze situatie wordt nog bemoeilijkt doordat zowel de overheid als de bevolking sociaal gezien HIV/AIDS-patiënten nog niet accepteren en hulp bieden, waardoor patiënten geneigd zijn hun ziekte verborgen te houden. De overheid is nog niet transparant in haar aanpak van HIV/AIDS. Onveilig seksueel verkeer komt nog veelvuldig voor, ook in verband met de hoge frequentie van interacties tussen buitenlandse vissers en prostituees, hetgeen zeer moeilijk te controleren is. Vrouwen lopen een groter risico te worden besmet dan mannen, en vrouwelijke patiënten raken nog meer in een isolement dan mannen. In Maluku Tenggara is het aantal HIV/AIDS-patiënten het grootst. Volgens de gegevens van de plaatselijke gezondheidsdienst neemt het aantal patiënten steeds meer toe, van 11 geregistreerde gevallen in 2001 tot 48 in 2006.
Kansen:
Er zijn verschillende civil society organisaties (NGO’s in Ambon-stad en Tual) die zich inzetten voor de aanpak van problemen op het gebied van HIV/AIDS. Op het niveau van de bevolking beginnen mensen, zij het nog niet in het algemeen, het probleem van HIV/AIDS meer openlijk te bespreken op verschillende seminars en ontmoetingen op allerlei niveaus.
Beschrijving van de rol en positie van de belangrijkste actoren (overheid, particuliere
sector, civil society)
Overheid, DPRD#, Openbaar Ministerie en rechtbanken (uitvoerende, wetgevende en rechtsprekende macht)
De overheid en de DPRD kiezen bij het maken van regelgeving, beleid, planning en begroting nog onvoldoende de kant van vrouwen en het arme deel van de bevolking, en zijn meer geneigd om de kant te kiezen van particulieren en zich te richten op bepaalde politieke belangen. Ook is er geen ruimte voor participatie door de bevolking, worden rechtsmiddelen nog onvoldoende benut en is er geen transparantie. Collusie, corruptie en nepotisme komt nog onveranderd vaak voor op alle niveaus, hetgeen nog wordt versterkt door de uitbreiding van regio’s en autonomie. Er is nog geen synchronisatie van werkzaamheden en coördinatie tussen overheidsinstanties, zodat de publieke dienstverlening ontoereikend is. De verschillende problemen worden opgelost zonder dat de structurele oorzaken worden aangepakt. Het beheer van het informatiesysteem is niet goed geregeld, zodat het publiek moeilijk toegang krijgt tot informatie over beleid en regelgeving. Op het gebied van de rechtsprekende macht wordt de rechtsorde door de bevolking nog niet als rechtvaardig ervaren. Militairen en politiefunctionarissen zijn nog steeds direct betrokken bij de businesspraktijk.
Wat betreft de positie van vrouwen: zij hebben nauwelijks enige autoriteit binnen de besluitvorming op alle niveaus. Het concept van gender wordt op verscheidene niveaus nog niet begrepen en de analyse van de begroting is nog niet gebaseerd op gender. Vrouwenorganisaties binnen overheidsinstanties zijn nog niet in staat de belangen van vrouwen te verdedigen en verworden vaak tot een politiek middel.
Anderzijds zijn er politieke partijen die als partner kunnen optreden in de strijd voor de rechten van de bevolking en is er sprake van een onafhankelijk mechanisme in het nationale politieke systeem. Het civil society/Baileo-netwerk wordt door beleidsmakers al erkend wat betreft de capaciteiten die zij bezit en direct geaccommodeerd krijgt binnen het proces van ontwikkelingsplanning, handhaving van het recht en regelgeving.
Particuliere sector
De particuliere sector is met name georiënteerd op de exploitatie van natuurlijke hulpbronnen en heeft geen of onvoldoende oog voor de vraag wat dit de bevolking oplevert en de schadelijke effecten voor het milieu. Bedrijven hebben nog geen sociaal verantwoordelijkheidsgevoel (CSR). Banken/financiële instellingen geven bij het verstrekken van kapitaal voorrang aan sterke economische actoren. Economische actoren van buiten de regio beheersen het economische proces in de Molukken, als gevolg waarvan de behaalde winst niet in de Molukken zelf wordt geherinvesteerd. (Capital outflow is groter dan capital inflow). De overheid creëert geen economisch kader dat rechtvaardiger is, gezien het hoge niveau van collusie tussen de particuliere sector en de overheid. De gevolgen hiervan blijken uit de kwaliteit van het werk en het bestaan van corruptie en onrecht, waarvan de bevolking het slachtoffer wordt. De overheid biedt de economie in de Molukken onvoldoende ondersteuning door te zorgen voor een goede infrastructuur.
Wat betreft vrouwen: de reproductieve rechten van vrouwelijke arbeidskrachten worden niet gerespecteerd, het loon van vrouwen is lager dan van mannen en vrouwen dragen binnen het gezin een dubbele last.
Anderzijds zijn er samenwerkingsmodellen die zowel de particuliere sector als de civil society voordeel opleveren, biedt de particuliere sector werkgelegenheid en vormt deze een bron van regionale opbrengsten. De micro-economische sector wordt beheerst door vrouwen.
Civil Society
Men wordt geconfronteerd met een aantal problemen, zoals het gebrek aan een communicatiemechanisme, uitwisseling van informatie en ervaringen, en samenwerking tussen civil society groepen. Er zijn ook nog adatinstellingen die nog niet in staat zijn op te komen voor hun rechten en die zelfs worden gebruikt voor bepaalde belangen die nadelig zijn voor de bevolking. Bovendien is er nog geen alternatief ontwikkeld voor een goed beheer en het gebruik van natuurlijke hulpbronnen. De beweging is onvoldoende geconsolideerd om een proces van sociale verandering teweeg te brengen, is nog afhankelijk van externe partijen en nog niet in staat om een ondersteunend systeem te ontwikkelen. De mogelijkheden tot capaciteitsontwikkeling met het oog op zelfstandigheid zijn nog beperkt. Er is nog onvoldoende capaciteit om het informatiebeheersysteem goed te controleren.
Vrouwen worden binnen civil society organisaties nog gedomineerd door mannen. Ook zijn hun capaciteiten op het gebied van het gebruik van informatietechnologie nog beperkt.
Anderzijds is er een aantal organisaties (adatinstellingen, NGO’s, religieuze en beroepsorganisaties) die de kant kiezen van de onderdrukte bevolking en een groot aantal modellen hebben ontwikkeld die als referentiemateriaal kunnen dienen op sociaal en cultureel gebied, en met betrekking tot verzoening. Ook zijn er veel initiatieven in andere sectoren op het gebied van rechten voor vrouwen. Op verschillende plaatsen (Ambon-stad, Tual, West-Seram, Zuid-Tanimbar, de westkust van Kei Kecil) worden vrouwen steeds geaccommodeerd binnen de positie en structuur van civil society organisaties.